Castaing
| Castaing als voorouders (parenteel) Op 20-8-1756 meldde Pierre Coussirat Castaing zich als "poorter" (=nieuwkomer) van Amsterdam. Hij kwam uit Salies de Bearn (Pyrenees Atlantiques in Z-W-Fr.) en was bakker. Hij was rond 1738 geboren. In 1758 trouwde hij in Amsterdam met Marie Fabre en later, op 2-11-1770, trouwde hij er met Maria Odillia Ernestina Bo(o)mhof(t), uit welk huwelijk daar op 20-3-1774 in de Waals Hervormde Kerk ("anno MDCXLVII") voor Hugenoten aan de Oudezijds Achterburgwal 159 werd gedoopt Elisabeth Annette. Dat kind overleed al op 14-2-1826, in Nootdorp. Haar moeder zelf leefde van mei 1747 tot ze in Stompwijk (bij Nootdorp) overleed op 7-5-1827. Aangezien de naam in die regio nu nog voorkomt mag aangenomen worden dat niet alleen Pierre zelf maar ook een of meerdere van zijn zonen daar naar toe is/zijn vertrokken. Uit het huwelijk met Fabre waren in Amsterdam (o.a.?) gedoopt: Elisabeth Marie (op 13-5-1759), Pierre Jeremie (op 15-10-1760) en Pierre Couserat (!) Castaing (ook weer in de WHK te Amsterdam gedoopt en wel op21-4-1762). Deze huwde rond 1794 met Marie Helene Bonniot. Uit dat huwelijk werden in Amsterdam (o.a.) gedoopt: Jean Pierre (op 8-11-1795), Helene Marie (op 20-11-1796), Halaine Coursirat (!) Marie (op 27-12-1803) en Pierre Jean Castaing, geboren in A’dam op 30-8-1798 en overleden in 1861 in Willemsoord(gemeente Steenwijkerwold in Noord-Ov.). Rond 1820 ging hij voor zijn werk naar Alkmaar waar zijn eerste kind Pieter Jean op 21-10-1821 werd geboren. Hij huwde daar op 26-10-1823 met Jacoba Frederica Wippe (geboren te Leiden op 25-8-1797 en dochter van Frederik Wippe en Johanna Wilhelmina de Oude). Men woonde later weer in Amsterdam, nu aan de Zandstraat nr. 11 (bij de Jodenbreestraat in de buurt), doch het gezin verhuisde rond 1837 naar Willemsoord. Daar trok hij met zo vele anderen uit het westen van Nederland naar toe om de armoede van die tijd te ontvluchten. Ze kregen als ontginner werk in speciale door de Maatschappij van Weldadigheid opgerichte kolonies. Willemsoord was zo’n kolonie en hij werd er als kolonist zelfs assistent-boekhouder. Zijn andere kinderen waren: (2) Jacques Daniel (geb. in A’dam op 15-7-1825 en overleden in Willemsoord op 30-9-1859) (3) Helene Charlotte (geb. in A’dam op 21-10-1829, huwde op 20-3-1852 te Steenwijkerwold met G.Chr. Droste uit Amsterdam, waar zij op 11-5-1852 weer naar toe verhuisde) (4) Marie Jaqueline (geb. te A’dam op 1-2-1831, woonde/werkte ook nog in Frederiksoord en in Culemborg) (5) Elisabeth Henriette (geb. te A’dam op 27-3-1834, huwde op 9-11-1860 te Steenwijkerwold met Roelof Hof en overleed op 27-11-1894 in het iets noordelijker gelegen Weststelling- werf in Friesland. Haar zonen Geert en Jean Pierre huwden nog in Steenwijkerwold) (6) Guillaume Antoinne (geboren op 10-10-1838 te Willemsoord, hij is de enige die daar is geboren) die later "sjouwer" in Amsterdam zou worden en daar is overleden (7) Charles Louis Castaing (geboren op 17-2-1836 te A’dam aan de Zandstraat en over-leden te Hilversum op 4-1-1921). Eerst was hij wever, later werd hij fabrieksarbeider. Hij huwde op 7-12-1860 te Steenwijkerwold met de in het nabijgelegen Frederiksoord wonende Maria Carolina Lubach (geboren te Utrecht op 4-11-1839 en overleden te Hilversum op 7-1-1927). Na het wegvallen van vader Pierre Jean zagen de weduwe Wippe en haar jongste zoon Guillaume zich gedwongen bij familie in Amsterdam in te trekken. Charles was in die dagen met zijn vrouw al naar Hellendoorn verhuisd waar beiden waren aangezogen door de in 1836 door Thomas Ainsworth aldaar opgerichte weverij. Ze kwamen terecht in een van de barakken bij de fabriek op nr. 141 in wijk B (later Nijverdal genoemd). Op 31-3-1862 werd in die barak hun eerste kind Jacoba Frederica Castaing geboren.Op 26-3-1864 was het werk voorbij en week men uit naar familie in Leiden, maar men mocht er op 14-2-1865 weer terugkomen in barak nr. 137 waar op 7-2-1866 Berendina Maria werd geboren. Die overleed al op 1-9-1866. Vlak voor 1-9-1866 waren Guillaume en moeder er ook gekomen: barak nr. 217. In februari 1867 was het alweer gedaan in Nijverdal. Moeder en Guillaume gingen naar familie in Steenwijk en Charles ging met vrouw en hun bijna 5-jarige dochter Jacoba Fr. bij zijn schoonmoeder in Utrecht inwonen. Daarna kwam iedereen echter weer terug. Charles ging vanaf 25-5-1867 in barak nr. 105 wonen, alwaar op 3-8-1867 Berendina Maria (nr. 2) werd geboren (trouwde op 17-12-1887 met C. Smallenburg en in Kortenhoef op 2-12-1904 met Jan W. Marinus en ze overleed op 10-6-1913). Foto. In mei 1869 was men allemaal naar een adres in Hilversum verhuisd, doch Guillaume en moeder (Wippe) gingen op 15-11-1869 al door naar Amsterdam waar Guillaume later nog zou gaan trouwen met Maria Elisabeth Arnhold en 2 kinderen kreeg. Op 31-12-1869 werd te Hilversum uit het huwelijk Castaing/Lubach het vierde kind geboren: Alida, die op 3-5-1890 daar met Nicolaas van Wettum zou trouwen. Op 24-4-1871 verhuisde het gezin vervolgens ook naar Amsterdam maar men kwam 3 maanden later al weer in Hilversum terug en toen werd daar op 20-9-1872 het 5e kind geboren: Pieter (slijtersknecht, en later concierge en overl. te Hilversum op 11-2-1952). Het gezin Castaing/Lubach woonde laatstelijk in Hilversum aan het Noordsche Bosje nr. 40, welk huis daar nu nog steeds staat in het centrum van die stad. In 1911/1912 heeft men ook nog even in Kortenhoef aan de Koninginneweg nr. 250 gewoond. Pieter huwde op 27-8-1897 in Baarn met de aldaar op 18-9-1877 geboren Teuntje van der Schagt, die ook in Hilversum is overleden en wel op 23-5-1944. Uit dat huwelijk werden in Hilversum geboren: Pieter, Angenietje, Hendrika, Charles Louis, Maria Carolina (geboren op 23-1-1898, trouwde later met Cornelis Otten) en Jacoba Fredrika ("Co", geboren op 23-4-1901 en overleden op 20-4-1935). Pieter en Teuntje werden later begraven bij hun Co op de Noorderbegraafplaats in Hilversum 1e klas in vak II nr. 73. Jacoba Frederica Castaing werd op 24-1-1948 begraven in Hengelo (Ov.) op de Algemene Begraafplaats in vak E-13 nr. 34, zulks in hetzelfde graf als later haar tweede echtgenoot Berend Willem ten Pas (geboren in Winterswijk op 22-7-1872, sedert begin 1930 weduwnaar van de uit Borne afkomstige Maria Meijer, en hij is begraven op 13-6-1955). Ze woonden in Hengelo, vanaf 26-7-1930 aan het Martkplein nr. 15 en vanaf 14-9-1933 in een houten huisje aan de Parallelweg-SS nr. 109. Deze huizen zijn allang afgebroken. Haar eerste huwelijk was met de in Enschede op 31-7-1857 geboren Ates Otto Reitsma die in 1918 t.g.v. de Spaanse griep is overleden. Ates Otto woonde sedert zijn huwelijk in Hilversum op 3-1-1880 (de ouders van beide zijden waren die dag daarbij aanwezig) bij de ouders van Jacoba Frederica in op het adres Havenstraat nr. 141 maar het jonge echtpaar vertrok op 21-4-1884 naar Enschede en kreeg daar kinderen. Een van hun dochters werd Maria Carolina Reitsma. Zij trouwde eerst met Johannesvan Dijk en later met Egbert Jan Willem Hamer, wonende te Hengelo, maar oorspron- kelijk afkomstig uit Zwolle. Voor nadere informatie, klik op de namen hieronder. Hamer of Reitsma of Lubach of Salies-de-Bearn of zelf in Frankrijk zoeken naar Coussirat |
